Home / Post
Written by Teije Uilkema at 02/09/2020 - updated at 07/08/2021
Scheikunde - Aantekeningen en JKN 1.1 en 1.2

Aantekeningen

1.1 Zuivere stof en mengel

Zuivere stoffen...

- Bestaan uit één soort moleculen

- Hebben een kook- en smeltpunt

 

Mengsels...

- Bestaan uit minimaal 2 verschillende soorten moleculen

- Hebben een kook- en smelttraject

 

Ontleedbare zuivere stof: meerdere soorten atomen, verbinding.

Niet ontleedbare zuivere stof: één soort atomen, element.

 

Homogeen mengsel: één geheel, netjes verspreide moleculen.

Heterogeen mengsel: samengeklonterde moleculen.

 

Een suspensie is een vaste stof in een vloeistof, een emulsie is een vloeistof in een vloeistof en een oplossing is een homogeen mengsel van 2 of meer stoffen.

 

1.2 Scheidingsmethoden

Filtreren:

- Heterogeen mengsel

- Verschil in deeltjesgrootte

 

Bezinken/centrifugeren:

- Heterogeen mengsel

- Verschil in dichtheid

- Centrifugeren = versneld bezinken

- Suspensie

 

Indampen/destilleren:

- Homogeen mengsel

  > Indampen: vaste stof in vloeistof

  > Destilleren: vloeistof in vloeistof

- Verschil in kookpunt

 

Extraheren:

- Homogene mengsels van vaste stoffen

- Je mengt een oplosmiddel met het mengsel. Eén bestanddeel lost beter op dan de andere

- Verschil in oplosbaarheid

 

Adsorptie:

- Homo- en heterogene mengsels

- Verschil in aanhechtingsvermogen

- Voorbeeld: actieve kool (Norit)

 

Chromatografie:

- Homo- en heterogene mengsels

- Verschil in oplosbaarheid en aanhechtingsvermogen

- Rf-waarde = A/B

 

JKN uitwerkingen

1.1 Zuivere stof en mengel

Je kunt nu...

- Uitleggen wat een zuivere stof, een mengsel, een element en een verbinding is;

> Een zuivere stof bestaat uit één soort moleculen en heeft een kook- en smeltpunt. Een mengsel bestaat uit minimaal 2 soorten moleculen en heeft een kook- en smelttraject. Een element is een niet ontleedbare zuivere stof en bestaat uit één soort atomen. Een verbinding is een ontleedbare zuivere stof en bestaat uit meerdere soorten atomen.

 

- Experimenteel vaststellen of je met een mengsel of zuivere stof hebt te maken;

> Je hebt met een mengsel te maken als je een kook- en smelttraject hebt en je hebt met een zuivere stof te maken als je een kook- en smeltpunt hebt.

 

- De kenmerken noemen en herkennen van oplossingen, suspensies en emulsies;

> Een oplossing is een homogeen mengsel, een suspensie is een vaste stof in een vloeistof en een emulsie is een vloeistof in een vloeistof.

 

- De begrippen hydrofiel en hydrofoob toepassen;

> Een stof die hydrofiel is mengt goed met water, een stof die hydrofoob is mengt niet of slecht met water.

 

1.2 Scheidingsmethoden

Je kunt nu...

- Uitleggen hoe je een mengsel van stoffen kunt scheiden door gebruik te maken van de verschillen in oplosbaarheid, deeltjesgrootte, kookpunt, aanhechtingsvermogen of dichtheid;

> Bij een verschil in oplosbaarheid gebruik je de scheidingsmethode extraheren. Bij een verschil deeltjesgrootte gebruik je filtreren. Bij een verschil in kookpunt gebruik je destilleren of indampen. Bij een verschil in aanhechtingsvermogen gebruik je adsorptie of chromatografie. Bij een verschil in dichtheid gebruik je bezinken of centrifugeren.