Home / Post
Written by Teije Uilkema at 03/10/2020 - updated at 09/04/2021
Scheikunde - Aantekeningen en JKN 2.1 en 2.2

Aantekeningen

2.1 Periodiek systeem

Het atoommodel van Rutherford zegt dat een kern bestaat uit protonen en neutronen. De elektronen zweven in een wolk om de kern heen.

Het atoommodel van Bohr zegt - in tegenstelling tot het van Rutherford - dat de elektronen verdeeld zijn over verschillende schillen; elektronenconfiguratie.

 

Isotopen zijn atomen met hetzelfde aantal protonen (dus dezelfde atoomsoort) maar met een verschillende hoeveelheid neutronen.

 

Atoomsoorten die in hetzelfde kolom zitten van het periodiek systeem hebben eigenschappen die veel op elkaar lijken.

 

Elk soort atoom heeft een verschillend atoomnummer. Het atoomnummer geeft het aantal protonen in de kern weer.

 

Ieder atoom heeft ook een massagetal. Elk soort atoom kan verschillende massagetallen hebben en is gelijk aan het aantal neutronen plus het aantal protonen.

 

2.2 Ionen

Een positief ion is een atoom dat elektronen heeft afgestaan en een negatief ion is een atoom dat elektronen opgenomen heeft.

 

Elektrovalentie geeft aan hoeveel elektronen een bepaald atoom kan opnemen of afstaan. Metaalionen zijn positief geladen en hebben dus positieve elektrovalenties, terwijl bijna alle niet-metalen negatief geladen zijn.

 

Valentie-elektronen zijn de elektronen in de buitenste schil. Deze elektronen bepalen de chemische eigenschappen. Dit betekent dus dat er een verband is tussen de valentie-elektronen en het kolom waar de atoomsoort in het periodiek systeem zit.

 

Volgens de octeregel streven atomen door het opnemen, afstaan of delen van elektronen in de buitenste schil naar een edelgasconfiguratie: octet/achtomringing (acht elektronen in de buitenste schil). 

 

JKN uitwerkingen

2.1 Periodiek systeem

Je kunt nu...

- Het atoommodel van Rutherford en Bohr gebruiken om atomen weer te geven;

> Bij het atoommodel van Rutherford teken je de kern met de pro- en neutronen met elektronen op willkeurige plekken er om heen. Bij het atoommodel van Bohr teken je de kern op dezelfde manier, maar teken je de elektronen er in de schillen er buiten (KLMNOPQ).

 

- Het atoomnummer en massagetal gebruiken;

> Het atoomnummer geeft aan hoeveel protonen er in de kern zitten en het massagetal is de som van het aantal protonen en neutronen. Met het massagetal en atoomnummer kan je dus bepalen hoeveel neutronen er in de kern zitten.

 

- Uitleggen wat isotopen zijn;

> Isotopen zijn atomen met dezelfde hoeveelheid protonen (dus dezelfde atoomsoort), maar met een verschillende hoeveelheid neutronen.

 

- Het periodiek systeem gebruiken om de elektronenconfiguratie af te leiden;

> De elektronenconfiguratie staat linksonder in het vakje van een element.

 

2.2 Ionen

Je kunt nu...

- Uitleggen wat een ion is;

> Een ion is een atoom dat elektronen heeft opgenomen of afgestaan.

 

- Uitleggen hoe positieve en negatieve ionen ontstaan uit atomen;

> Een positief ion ontstaat uit een atoom dat elektronen heeft afgestaan. Een negatief ion ontstaat uit een atoom dat elektronen heeft opgenomen.

 

- Het begrip elektrovalentie toelichten;

> Elektrovalentie geeft aan hoeveel elektronen een bepaald atoom kan opnemen of afstaan. Metaalionen zijn positief geladen en hebben dus positieve elektrovalenties, terwijl bijna alle niet-metalen negatief geladen zijn.

 

- De elektrovalentie van een atoomsoort afleiden uit het periodiek systeem;

> Metalen hebben meestal minder dan 4 elektronen in de buitenste schil en hebben daarom een positieve elektrovalentie. Niet-metalen hebben vaak meer dan 4 elektronen in de buitenste schil en hebben daarom een negatieven elektrovalentie.

 

- De octeregel uitleggen en toepassen;

> Volgens de octeregel streven alle atomen door het opnemen, afstaan of delen van elektronen in de buitenste schil naar een edelgasconfiguratie: octet/achtomringing (acht elektronen in de buitenste schil). In dit process zegt de elektrovalentie of een atoom elektronen afstaat of opneemt.