Home / Post
Written by Teije Uilkema at 25/10/2020 - updated at 09/04/2021
Biologie - Samenvatting hoofdstuk 2

Cellen leven samen (1)

Organisatieniveaus zijn begrensde biologische structuren, met een duidelijke samenhang tussen de onderdelen, waarbij elk niveau voortbouwt op onderliggende niveaus. De organisatieniveaus zijn:

- Molecuul: een structuur die bestaat uit meerdere atomen en met alle eigenschappen van die bepaalde stof.

- Organel: een onderdeel van de cel met een bepaalde taak.

- Cel: de functionele basiseenheid van elk organisme. Een cel bevat cytoplasma, erfelijk materiaal en is omringd door een membraan.

- Weefsel: een groep cellen met dezelfde bouw en functie.

- Orgaan: verschillende weefsels die samenwerken aan een bepaalde taak.

- Orgaanstelsel: diverse organen die samen een bepaalde taak hebben.

- Organisme: een levend wezen, zoals jij, een hond en een zonnebloem in de tuin.

- Populatie: een groep organismen van dezelfde soort in een bepaald gebied. 

- Soort: alle organismen met vergelijkbare eigenschappen die zich onderling kunnen voortplanten en vruchtbare nakomelingen kunnen krijgen.

- Levensgemeenschap: alle organismen (die onderlinge relaties hebben) in een bepaald gebied.

- Ecosysteem: een begrensd gebied waarin organismen met elkaar en met de levenloze natuur relaties hebben.

- Systeem Aarde: een dynamisch systeem gevormd door alle fysische, chemische en biologische processen op aarde en hun onderlinge interacties.

 

Interactie tussen delen van een bepaald organisatieniveau kan leiden tot een emergente eigenschap op een hoger niveau.

 

Cellen en organismen hebben alle kenmerken, eigenschappen en processen die typisch zijn voor het leven, zoals we dat op aarde kennen. Deze levenskenmerken zijn in het leven van organismen en cellen in ieder geval op een bepaald moment zichtbaar. Zo bevatten alle cellen erfelijk materiaal en zetten alle cellen stoffen om in andere stoffen tijdens hun stofwisseling.

 

Dit zijn de levenskenmerken:

- Opgebouwd uit 1 of meer cellen

- Groei

- Voortplanting

- Stofwisseling (opnemen, omzetten en afgeven van stoffen)

- Waarnemen van en reageren op veranderingen in de omgeving

- Organisatie van erfelijk materiaal

 

De verhouding oppervlak/volume beperkt de maximale grootte die cellen kunnen hebben. Kleine cellen hebben relatief gezien een groot oppervlak en een klein volume. Zij kunnen snel voldoende stoffen uit hun omgeving opnemen of er aan afstaan.

 

 

 

 

Belangrijke binas tabellen: 70A, 71, 76A, 76B1, 78, 79 en 80A

 

TODO: begrippenlijst